Mijn kritisch betoog werd gelezen, gedeeld, becommentarieert en opgepakt door SP onderwijswoordvoerder Peter Kwint door aan de minister van onderwijs kamervragen te stellen.

Mijn grootste aanklacht is dat van mij wordt verwacht een bijdrage te leveren in deze systeemfout. Generiek, incidenteel geld, temidden van een crisis onder hoge tijdsdruk, zonder specifiek vooropgestelde verwachtingen.

De sector gaat zichzelf opnieuw in de voet schieten. De nationale rekenkamer schreef er ook al iets over, al spreken zij van fraude door schoolbesturen. En bedankt, weer een schepje wantrouwen er boven op.

En natuurlijk pak ik de andere handschoen (en ben ik dus deel van dit zieke systeem) ook op. Er komt voor ons anderhalf miljoen euro binnen en het is mijn verantwoordelijkheid en met mij die van 220 medewerkers van onze stichting om dit verantwoord te gaan besteden.

Bij onze sectorraad worden goede ideeën uitgewisseld, ik kies er voor om dit hier te plaatsen. Ter lering en vermaak. Immers we kunnen elkaar natuurlijk ook gewoon rechtstreeks inspireren. (zo bleek wel uit mijn artikel eerder)

Wat te doen met anderhalf miljoen?

Zo schreef ik mijn directeurenteam. Aanstaande dinsdag gaan we daar over spreken, daarna met de GMR en de Raad van Toezicht. We delen namelijk onze verantwoordelijkheid hierin.

Niets van wat hieronder staat is dan ook al vastgesteld, maar omdat al mijn medebestuurders en directeuren zich er op stuk lijken te bijten deel ik hier het idee. Niet mijn idee overigens, ik maakte gebruik van de ideeën van andere bestuurders uit mijn netwerk die ik de vraag stelde: wat doen jullie?

Eerst maar even helder stellen: De scan en het keuzemenu; de minister stelt het in de brief maar het is geen verplichting. Hij stelt ook (zoals ik in mijn artikel schreef) ‘we hebben de verwachting dat’ en ‘het is de bedoeling‘. Anderen hebben mij moeten uitleggen dat dit politieke taal is. Taal die je naast je neer kunt leggen. Net als ‘het idee‘ van de zomerschool.

Met die wetenschap blijkt dat een flink deel van de zes pagina’s tellende brief een hoop onrust veroorzaakt terwijl het geen enkele juridische betekenis blijkt te hebben.

Dat haalt al heel veel druk weg, net als die tijdsdruk (die onmogelijk is) en de samenwerking met de gemeente (dat is een G4 idee maar in veel kleine gemeente absoluut onhaalbaar). Zeeland blijkt overigens al jaren geleden een coalitie te zijn gestart dat denominatie overstijgend is en dat nu helpend is om samen op te trekken. In de Betuwe met onze mannenbroeders die ook een eigen samenwerkingsverband hebben zie ik dat nog niet zo snel gebeuren. Tenminste niet in korte tijd.

Goed, met deze wetenschap (het zijn slechts bedoelingen en verwachtingen) ontstaat er dus veel meer ruimte om het geld in te zetten dan de brief doet vermoeden. Precies het (terechte) bezwaar van de rekenkamer overigens en daarmee een extra grote verantwoordelijkheid aan het veld om het goed (zonder fraude) te doen.

Onze aanpak is voorlopig, onder voorbehoud van alle neuzen dezelfde kant op in onze stichting, de volgende:

Algemeen

  • Het gaat om ontzettend veel geld. 
  • Het exacte bedrag is nog niet bekend, vooralsnog gaan we uit van 700 euro per leerling per schooljaar. Voor de komende 2 ½ jaar. 
  • Het is incidenteel geld, al hoopt de sector erop dat een nieuw kabinet deze investering structureel wil blijven inzetten. 
  • De inzet van zoveel geld geeft een grote verantwoordelijkheid op doelmatigheid van de inzet. Op welke wijze doet het er toe?

De voorwaarden

  • In de brief lijkt een aantal voorwaarden te worden genoemd. De voorwaarden voor de ‘landelijke scan’ en een keuze uit het ‘menu’ van interventies zijn daarin echter niet bindend. 
  • Instemming van de (G)MR op de besteding van de middelen is in principe niet anders dan bij de inzet van de overige middelen op bovenschools en schoolniveau. 

Het tijdspad

  • Het genoemde tijdpad is knellend en daarin dienen we onze eigen route te bewandelen. 
  • De druk op de formatie is daarin wat lastig maar ook daarin is een mogelijkheid te creëren. 
  • Exacte bedragen lijken pas in juni bekend te worden

Hoe kan onze stichting met het bovenstaande om gaan?

Met veel (toekomstig) geld op de plank is huidige krimp in de formatie van de scholen niet reëel. We verliezen daarmee leerkracht-potentieel en we kunnen onnodige druk in de klassen, tenminste voorlopig, verzachten. 

  1. Scholen die voor 21/22 terug moeten lopen in hun formatie kunnen het tekort met HRM bespreken. Na akkoord van bestuur kan het tekort vanuit de extra beschikbare middelen worden ingezet. (dit levert een substantiele bijdrage op aan de kwaliteit van het onderwijs, geen goed personeel laten lopen om ze na een paar maanden weer te moeten zoeken).
  2. Scholen maken ieder hun eigen plan om op basis van hun analyses van de opbrengsten tot een ‘verbeterplan’ te komen. Hierbij worden nadrukkelijk de drie terreinen van Biesta meegenomen. Socialisatie, Persoonsvorming en Kwalificatie. 
  3. Op basis van de plannen bespreken we binnen het directieteam (DO) welke plannen er op bovenschools niveau kunnen worden aangepakt. Welke investering van bijvoorbeeld materialen of inkoop van studie kan bovenschools en efficiënt worden gedaan? 
  4. Op basis van de plannen bespreken we in het DO op welke wijze we brinnummer overstijgend recht kunnen doen aan de leerlingen die het het in deze periode extra moeilijk hebben gehad. (dit kan dus betekenen dat het geld in onze stichting daar terecht komt waar het het hardste nodig is en de kansenongelijkheid niet wordt vergroot door het geld generiek te verdelen)
  5. Na de beschikking (duidelijkheid over het exacte bedrag) en na aftrek van de brinnummer overstijgende middelen is het duidelijk welk bedrag er beschikbaar is voor de inzet voor de individuele plannen van de scholen. 
  6. Indien er wordt ingezet op inzet van leerkrachten of oop-ers dan zal er bovenschools een deel van het beschikbare geld moeten worden gereserveerd om na 2 ½ jaar het (eventuele ) overschot aan personeel via VSO / ontslag te kunnen financieren. Het risico hierop en de financiële consequenties zullen in de loop van het proces in kaart worden gebracht. 

Tot slot:

Afgezien van de beschikking van de middelen voor het (tekort) in de formatie gelden nemen we voor de inzet van het overige voldoende tijd en rust. 

We zullen in het DO afspreken welk tijdspad hierin haalbaar is om collectief op een verantwoorde wijze met deze extra financiële middelen om te kunnen gaan.